Hoe morele ambitie lastig maar noodzakelijk is

Ik heb de laatste dagen wat nagedacht en er moet me iets van het hart. Of beter gezegd: er ligt me iets zwaar op de maag. Maar eerst een korte inkijk in zowel mijn leven als mijn hersenpan. Een voorgerecht voor wat komen gaat. Welkom, dus. Kom gerust binnen, maar veeg uw voeten.

Hoe een mens zich soms iets afvraagt

Dit is waar ik het met jullie wil over hebben. Binnen een paar dagen word ik 50. En dan blikt een mens al eens terug op de jaren die voorbij zijn. Of voorbij zijn gevlogen, wat mij betreft. Net nog stond ik als pas-afgestudeerde 22-jarige met een rugzak vol idealen trappelend klaar om de wereld te verbeteren. Of als dat niet lukte op zijn minst toch een stevige steen te verleggen. Bijna 28 jaar later maak ik de tussentijdse rekening op en vraag ik me af of ik daar voldoende in geslaagd ben. En nee, ik heb geen midlife crisis. Een motorfiets had ik al op mijn 20ste en voorlopig heb ik nog geen behoefte aan een appartement aan één of andere Costa of een vervangmodel van recentere fabricagedatum voor mijn slechts 1 jaar jongere echtgenote. Niets van dat alles. Het gaat heel goed met ons, dank u!

Waar ik mee zit, gaat verder. Snijdt dieper. Namelijk: heb ik in de mij toegedeelde tijd in dit ondermaanse wel voldoende ‘het goede’ gedaan. Zou de Socrates van vele eeuwen geleden fier zijn op wat ik in die halve eeuw zo’n slordige 2.500 jaar later heb klaargespeeld? Weinig kans, lijkt me. Niet alleen omdat de even beroemde als beruchte Griekse filosoof me zou onderwerpen aan een spervuur van lastige vragen. Waarom zeg je dat? Wat bedoel je daar mee? Ben je daar zeker van? Hij was op zijn zachtst gezegd ook nogal moeilijk in de omgang. In die mate zelfs dat hij twee straatstenen met elkaar kon laten vechten. Veel sympathie voor mijn mentaal geworstel is van die kant dus niet te verwachten.

Hoe een boek alles in gang zette

De vraag blijft: heb ik voldoende gedaan om een ‘deugdzaam mens’ te zijn. Het blijft me al enige tijd achtervolgen. Meer zelfs: ik kan er niet van slapen. En al zeker niet nadat ik Morele ambitie, het nieuwe boek van Rutger Bregman heb gelezen. Het nieuwe boek van de auteur van De meeste mensen deugen roept ons op om te stoppen met het verspillen van ons talent en werk te maken van onze idealen. Want morele ambitie is het beste medicijn tegen die verspilling. Succesvol zijn, maar dan volgens andere maatstaven. Succes dat zich niet laat meten in de hoogte van het salaris of de omvang van de functietitel, maar aan oplossingen voor de grootste wereldproblemen. Bregman noemt het zelf een ongemakkelijk boek, maar ik werd er zelf vooral door geïnspireerd. Maar ook aan het denken gezet. Ben ik zelf wel moreel ambitieus genoeg?

Dus nu maalt die eerste vraag nog sterker door mijn hoofd. Ben ik goed bezig? Heb ik voldoende van die morele ambitie getoond die Bregman terecht opnieuw onder de aandacht brengt? Soms denk ik van wel. Ik heb al één en ander gedaan. Een flink deel van mijn leven heb ik deugdzaam doorgebracht. Consequent gekozen voor jobs met inhoud, als vrijwilliger gewerkt in tal van verenigingen, mensen bij elkaar gebracht en diverse goede doelen gesteund. Maar laat ons wel wezen: ik heb ook behoorlijk wat tijd verkwanseld met onnuttige of zelfs ronduit foute dingen. En als ik na zo’n nachtje doormalen ’s ochtend slaapdronken in de spiegel kijk, ben ik niet zeker wie me vanaf de andere kant aankijkt. Een lamme goedzak of een moreel ambitieus mens. Wie van de twee ben ik écht? Wat wil ik nog betekenen voor mijn naasten en voor de wereld?

Hoe ik in een koortsdroom toch scherp zag

Toeval bestaat niet, dat weet u. En dus was het allesbehalve toeval dat ik met een stevige griep onder de leden en slap als een schotelvod enkele dagen geleden languit liggend naar een herhaling van De Avondshow met Arjen Lubach keek. In het hoofd-item had de scherpste talkshowhost van de lage landen het die avond over reclame voor fastfood. Wat volgde was een grappige, maar messcherpe en bijwijlen onthutsende analyse van de reclamepraktijken van de fastfoodindustrie. De hele video kan je hier bekijken.

De markt van fastfood is trouwens grotendeels in handen van slechts enkele multinationals. We kennen de merken allemaal wel. Ze zijn wereldberoemd, dus extra reclame is overbodig. De gezondheid van hun klanten is voor die fastfoodgiganten vaak niet hun eerste prioriteit, zeg maar. Wat staat dan wel met stip op 1? Winst maken. Winst waarop ze vervolgens liefst zo weinig mogelijk belasting betalen zodat de aandeelhouders tevreden blijven. Want winst is een beetje zoals fastfood. Eens je ervan geproefd hebt, wil je steeds meer.

Hoe de voedingsindustrie ons overspoelt met reclame

Winst maken doe je simpelweg door consumenten te overtuigen om jouw voedingsproduct te kopen. En je kan hen overtuigen met kwaliteit, smaak en zelfs prijs. Maar in een concurrentiële markt met grote spelers die soortgelijke producten aanbieden, is het vooral een kwestie van reclame maken. Véél reclame. En dus worden we overspoeld door een tsunami van reclame voor fastfood, snoep en andere ongezonde voeding. Op radio, tv, social media, in het straatbeeld, op het openbaar vervoer en op onze sportvelden. Er is werkelijk geen ontkomen aan.

Uit Nederlands onderzoek blijkt dat de voedingsindustrie op enkele jaren tijd zo’n 4 miljard euro aan reclame heef uitgegeven. Dat is hun goed recht, kan je zeggen. Maar als je weet dat zo’n 80% van die advertenties ongezond eten promoot is het plaatje toch al net iets onsmakelijker. Dat al die ongezonde voeding bij onze Noorderburen ook elk jaar voor meer dan 80 miljard aan kosten in de gezondheidszorg veroorzaakt is dan weer simpelweg om te kotsen. En die gezondheidsproblemen zijn écht.

Het feit dat we door al die ongezonde voeding veel te veel vet, suiker en zout binnen krijgen, zorgt ervoor dat het aantal mensen met overgewicht gigantisch – nou ja – aandikt. In België gaat het volgens cijfers van Sciensano ondertussen om de helft van de volwassen bevolking. Ja, u leest het goed: 50% van de volwassen mannen en vrouwen in ons land heeft een BMI van meer dan 25. Als u het niet zelf bent, is het dus de persoon naast jou. Het percentage volwassenen met obesitas – een BMI van meer dan 30 – is misschien nog schrikbarender. Maar liefst 16% van de volwassenen in België is obees. Dat is bijna 1 op 6.

Maak je toch niet dik, zal je zeggen. Iedereen is mooi zoals hij is, toch? Dat is ook zo, maar dat neemt niet weg dat er een duidelijk wetenschappelijk verband is tussen ernstig overgewicht en aandoeningen zoals diabetes, hart- en vaatziekten en diverse soorten kanker. In de hele wereld neemt obesitas dermate toe dat de Wereldgezondheidsorganisatie het zelfs als een epidemie beschouwt. Wordt het dus niet hoog tijd dat we daar iets aan doen? En dat we bijvoorbeeld beginnen met de reclame die deze ziekmakers promoot stevig aan banden te leggen?

Hoe er niks nieuws onder de zon is

Waren brood en spelen in de Romeinse tijd ook al niet hét middel om het volk tevreden en dus koest te houden? Alleen is het brood bij sportwedstrijden tegenwoordig vervangen door een hotdog, gefrituurde snack of energiedrank. Nu even serieus. Is het niet volledig van de pot gerukt dat zowel sporters als clubs reclame maken voor ongezonde voeding? Welk voorbeeld geef je dan aan jonge sporters en de supporters van je club. Dat het best OK is om voor een wielerwedstrijd nog even langs een pizzazaak te fietsen. Of dat een energiedrankje voor de voetbalmatch je misschien wel écht vleugels geeft? Als bekend persoon of rolmodel iets ongezonds eten is natuurlijk geen misdrijf. Er vet betaalde reclame voor maken is dat wat mij betreft echter wel. Op vandaag misschien nog geen juridisch misdrijf, maar alleszins een moreel.

Gaat we dat echt normaal blijven vinden? Dat moet toch anders kunnen Stel je eens voor dat deze sandwichmannen van de voedingsindustrie geen reclame meer maken voor ongezonde snacks, maar ambassadeurs worden voor gezonde voeding en een gezonde levensstijl. Wel, die kans krijgen ze. Romelu en Remco, laat je horen. Laat die ongezonde snacks en de bijhorende financiële vetpotten toch links liggen. Toon jullie morele ambitie ook in dit onderdeel van jullie sportcarrière. Samen kunnen we het begin maken van een verandering. Maar eerst een persoonlijk intermezzo. Een tussendoortje als het ware.

Hoe we ons allemaal wel eens laten meeslepen

Is het niet wat makkelijk om sporters en andere beroemdheden die zich voor de kar van de voedingsindustrie laten spannen aan te vallen? Is het niet logisch dat ze hun deel willen van het manna dat uit de hemel neerdwarrelt? En als de gebraden plofkippen je zomaar in de mond vliegen, moet je die dan refuseren met de boodschap dat je liever een duurzame Bresse-kip hebt? ’t Is allemaal niet gemakkelijk, nietwaar? En hebben we niet allemaal een pakje roomboter op het hoofd?

Wie zonder zonde is, werpe de eerste boulet. Ook ik pleit schuldig, als dat al het juiste woord is. Zo kon ik lang oprecht genieten van een goed pak frietjes met stoofvleessaus, een lekkere hamburger of een andere smakelijke snack. Ik sluit niet uit dat ik dat in de toekomst misschien nog wel eens eet, ook al is mijn eetpatroon ondertussen een flink stuk gezonder geworden. en ook ik word soms overmand door een vlaag van ongecontroleerde goesting in een snelle hap. Als ik al niet verleid word door een billboard of tv-reclame met een volstrekt onrealistische afbeelding van een snack naar keuze erop. Wist je trouwens dat voor foodfotografie vaak geen echt voedsel wordt gebruikt, maar zorgvuldig samengestelde composities met valse materialen? Dat zegt ook al veel over hun waren, niet?

Maar we dwalen af. Wat ik vooral wil zeggen is: niks menselijks is ons vreemd. En nee, ik wil de mensen niet nog iets afpakken. Maar soms moet je hen wel een duwtje in de rug geven. Of alleszins beschermen tegen een industrie die duidelijk niet inzit met al dat overgewicht. Het enige dat zij willen is vette winsten maken zodat hun bankrekening verder aandikt.

Hoe ik zelf een klik maakte

Ik zei het al, ik ben zelf zeker geen heilige. Maar enige geleden is er wel iets veranderd in mijn hoofd. Dat was na het bekijken van een aflevering van het onvolprezen Keuringsdienst van waarde, een consumentenprogramma op de Nederlandse TV. Daarin ging het over bewerkt voedsel en meer bepaald over hoe in bijna alle gevallen daarin gelatine terug te vinden is. Voor alle duidelijkheid: gelatine is een goedje dat gemaakt wordt op basis van varkensbotten en varkenshuiden. Niet meteen iets dat je graag in je tomatensoep, chocomousse of taartje wil hebben.

Sinds die uitzending ben ik meer op mijn voeding gaan letten. Nu eten we thuis sowieso al redelijk gezond – veel verse groenten en fruit – maar het zijn de tussendoortjes die het in mijn geval verpesten. Een chocolaatje hier, een koekje daar … dat tikt aan op den duur. Sinds mijn studentenjaren zo’n 10 kilo om precies te zijn. En dus nam ik me als goed voornemen voor 2024 voor om gezonder te eten en meer te bewegen. Zo’n drie maand later lijkt dat – met wat vallen en opstaan – betrekkelijk goed te lukken. Ik probeer voeding met ongezonde toevoegingen te mijden. Suiker, zout, vet, gelatine, kleurstoffen en bewaarstoffen. Verrassend hoeveel ongezonde dingen er allemaal in een potje tonijnsla of brik pak tomatensoep passen. Altijd eerst de ingrediëntenlijst, voedingswaarde en Nutriscore bekijken is ondertussen een automatische reflex geworden. En ja hoor, tergend langzaam heb ik er ook enkele kilootjes af gekregen. Mooi meegenomen, maar daar is het me niet om te doen. Een fitter en gezonder lichaam, dat was mijn doel.

Hoe uit het ene het andere volgde

Eens je zelf overtuigd bent, wil je ook anderen overtuigen. Tot wanhoop van mijn jonge huisgenoten die mijn gemekker over die ongezonde toevoegingen aan voeding zo onderhand kotsbeu zijn. Maar niet je overtuiging is het belangrijkste, maar wat je er mee doet.

En dus wil ik iets gaan doen. Nu. Niet morgen, niet seffes, niet sebiet. Nu. Mijn focus ligt dus momenteel op het probleem van fastfood en andere ongezonde voeding. En ik weet het, er zijn tal van andere problemen in de wereld. Oorlog, armoede, besmettelijke ziektes en ander onheil. Fair enough, maar voel je vooral vrij om morgen te starten om ook daar oplossingen voor te bedenken.

Mijn aandacht gaat nu naar die zaken die hier bij ons niet alleen grote gezondheidsproblemen veroorzaken maar ook tot immense maatschappelijke schade lijden. En dan heb ik het over deze 4 ruiters van de Apocalyps: roken, alcohol, gokken en ongezonde voeding. Over illegale drugs heb ik het hier niet, want die zijn, nou ja, illegaal. Maar die vier anderen dus niet en dat daar nog steeds reclame kan voor worden gemaakt, maakt me boos. Het aan banden leggen van reclame voor gokbedrijven gaat moeizaam met dank aan gelobby van professionele sportclubs en ruggesteun van liberale partijen. En ook reclame voor alcohol is nog steeds alomtegenwoordig, ondanks weekendongevallen, bingedrinken en alcoholisme. Reclame maken voor roken is ondertussen gelukkig vrijwel onmogelijk, al heeft de verslavingsindustrie ondertussen een ander paardje gevonden om zijn geld op in te zetten: vapen. Hoe deze vorm van roken nog steeds verkocht wordt als een manier om ermee te stoppen is gewoon hemeltergend. Stop nu met roken, en kies uit lekkere smaakjes als ananas, hazelnoot of chocolade. Da’s gewoon een schaamteloze middenvinger aan onze gezondheidszorg.

Maar first things first, en dus focus ik op de problematiek van ongezonde voeding. Want er moet écht iets gebeuren. Een groot deel van de voedingsindustrie is op zijn zachts gezegd niet echt goed bezig. Via grootschalige reclamecampagnes praten ze ons onnodige behoeften aan en doen ze ons ongezond eten. Dat leidt tot ongezonde leefgewoonten, overgewicht en belangrijke gezondheidsproblemen. Dat zorgt dan weer voor miljarden euro’s aan vermijdbare kosten in de gezondheidszorg en samenleving. Maar daar neemt de voedingsindustrie dan zelf weer weinig tot geen verantwoordelijkheid voor. Iedereen kiest toch zelf wat hij wel of niet eet, nietwaar?

Hoe dat alles tot dit idee leidde

Toch niet, zo blijkt. Reclame doet ons dingen kopen die we niet nodig hebben. Soms is dat onschuldig, maar niet altijd. Zeker niet als het over reclame voor ongezonde of zelfs gevaarlijke dingen gaat. Kan je je nu nog voorstellen dat een dokter jou vanop een poster toespreekt over de geneugten van een lekker sigaretje. Tot de jaren 50 was dat nochtans doodnormaal. Of dat je bouwondernemer vandaag de kwaliteiten van asbesthoudende dakbedekking aanprijst.

Met ongezonde voeding is het eigenlijk net zo. Al zitten we te dicht op onze eigen geschiedenis om dat te beseffen. Veel kans dat we binnen 100 jaar meewarig terugkijken op die tijd dat mensen zichzelf en hun aderen volpropten met vet, suiker en andere ongezonde bestanddelen.

Daarom zou er eigenlijk een verbod op alle reclame voor fastfood en andere ongezonde voeding moeten komen. Zoals dat ook voor tabaksreclame geldt. België kan daarin koploper zijn, maar uiteraard moet dat best op Europese niveau gereglementeerd worden. Op langere termijn moet de consumptie van ongezonde voeding maximaal ontmoedigd worden en die van gezonde voeding gestimuleerd. Niet door de consument te culpabiliseren, maar door de producent te responsabiliseren.

Of ik dan voor een algemeen verbod op ongezonde voeding ben? Niet op korte termijn. Eerst en vooral moet je goed aflijnen wat ongezonde voeding is. En je moet ook zorgen dat je de mensen langzaam mee krijgt in een veranderingsproces. Wetenschappelijk onderzoek, voortschrijdend inzicht en veel tijd zijn daarbij cruciale factoren. Maar het is uiteraard ook belangrijk dat iedereen voldoende toegang heeft tot betaalbare gezonde voeding. Want gezondheid en welvaart hangen vaak samen. Wie het financieel goed heeft, kan makkelijker de keuze maken. Wie in armoede leeft is nu vaak ook nog eens veroordeeld tot ongezonde alternatieven.

Hoe niet enkel fastfood het probleem is

Het gaat hier niet over fastfood alleen. Alle overbewerkt voedsel (oftewel processed food in het Engels) is bijna per definitie ongezond. En dan hebben we het dus niet enkel over een vettige hamburger of een kant-en-klaar maaltijd, maar ook over ogenschijnlijk onschuldige voedingswaren als ontbijtgranen, kaas, brood of beleg. Ook hier zouden stappen moeten worden gezet om mensen meer te sensibiliseren voor de potentiële gevaren en aan te zetten tot meer gezonde alternatieven.

Maar zelfs wie vandaag enkel pleit voor een algeheel verbod op fastfood wordt hoogstwaarschijnlijk gevierendeeld en afgevoerd naar de dichtstbijzijnde worstenfabriek. Een mentaliteitswijziging heeft tijd nodig. Veel tijd en het nodige massagewerk. Maar ook wetgeving natuurlijk. De geschiedenis leert dat wetgeving dé doorslaggevende factor is om zaken te veranderen, om dingen in beweging te krijgen.

Want laat ons wel wezen: geen enkele industrie staat op de barricaden als het gaat over het reglementeren of zelfs inperken van zijn eigen sector. Dat is nogal wiedes. In het beste geval proberen ze dus de boel te vertragen. Vaker echter doen ze er alles aan om de verandering stokken in de wielen te steken of zelfs ronduit te blokkeren. Als het aan de auto-industrie lag (met uitzondering van een bekend Zweeds automerk) was de verplichting van de veiligheidsgordel er misschien pas later of helemaal nooit gekomen. Van de sector zelf zal het dus ook deze keer niet komen. En dus moeten we de voedingsindustrie uitdagen.

Hoe we de strijd aan moeten gaan

We moeten de voedingsindustrie bekampen met soortgelijke middelen. Hen raken waar het pijn doet. Niet enkel door reclame voor gezonde voeding te maken, maar ook met reclame tégen ongezonde voeding. Reclame die mooier, beter, grappiger en vooral doeltreffender moet zijn. Die toont wat ongezonde voeding met je lichaam doet. Die vertelt hoe je wél gezond kan eten, zonder dat je daarbij moet inboeten op smaak, comfort en gezelligheid.

Tweede doelwit: de politiek. ook hen moeten we responsbiliseren. Ze moeten zich gedragen als echte volksvertegenwoordigers in plaats van nu al te vaak mak aan het handje van de (voedings)industrie te lopen.

Als ik mag dromen doen we dat met een nieuwe organisatie, een gezondheids-NGO. En ik heb er zelfs al een naam voor bedacht: de stichting FAT, oftewel de Fastfood Attack Taskforce. Ludiek in naam, bloedserieus in zijn doel. Stichting FAT moet een brede beweging van mensen en organisaties worden. Een organisatie die de knapste koppen wegkaapt van de corporate wereld en inzet voor de goede zaak. Een organisatie die de voedingsindustrie met identieke wapens bekampt en dus stevig inzet op informeren en sensibiliseren via grootschalige (reclame)campagnes, lezingen en debatmomenten. Niet alleen voor jongeren, maar voor iedereen. Het zou immers te kortzichtig zijn om het zwaartepunt van het probleem (alweer) bij de jongere generaties te leggen.

Kan ik dat alleen? Nee, natuurlijk niet. Daar heb ik anderen voor nodig. Véél anderen. Mensen die slimmer, welbespraakter en invloedrijker zijn dan ikzelf. Onderzoekers, experten, consultants, bedrijfsanalisten, lobbyisten, communicatiespecialisten, juristen, ambassadeurs en fondsenwervers. Een heel team van gedreven mensen die met een duidelijk doel voor ogen bakens willen verzetten.

Hoe het dan verder moet

Heb ik nu op alle vragen een antwoord? Is mijn plan op alle vlakken sluitend? Nee, natuurlijk niet. Dat kan ook niet na enkele dagen ‘doormalen’ in mijn hoofd. Samen met vele anderen is er nog een hoop onderzoek en denkwerk nodig.

En ja, natuurlijk besef ik dat ik veel kritiek kan en zal krijgen. In het beste geval ben ik de naïeve geitenwollensokker. Als dat jouw eerste reactie was: ik heb het snel even nagekeken en al mijn sokken zijn van 100% katoen. In het slechtste geval worden mijn website en social media overspoeld door ongefundeerde kritiek of zelfs haatberichten. Het is vriendelijk dat u zich de moeite getroost, maar daar ben ik niet zo veel mee. Dus slik die bitterbal maar weer in en hang elders de curryworst uit. Heb je echter een valabel tegenargument of opbouwende kritiek? Zeker als jouw reactie ook nog eens helder en beleefd wordt geformuleerd, mag je een bericht terug verwachten.

Of wie weet: ben je het wel helemaal eens met wat ik hier allemaal poneer en wil je graag mee het verschil maken? Dan ben ik één en al oor! Jouw reactie kan samen met die van andere medestanders de start zijn van stichting FAT.
Doe je mee?

Deze tekst is zowel een mission statement, pamflet, persoonlijke getuigenis als een oproep om samen het goede te doen. Deze tekst is niet af, maar krijgt hopelijk verder vorm door de input en inzichten van anderen. Deel deze boodschap dus zo veel mogelijk. Als ik zo nog maar 1 ander iemand bereid vind om mee te doen en we vinden elk nog 2 anderen zijn we vertrokken. Dan heb ik een steen in een poel gegooid, waarvan de impact zich in steeds groter wordende concentrische cirkels uitbreidt.

Plaats een reactie