Peter Weet Het Beter

Dodenlijst

Misschien dat u het morbide vindt, maar sinds geruime tijd hou ik redelijk consequent een lijst bij van alle familieleden, vrienden, kennissen, collega’s en dorpsgenoten van wie ik het jammerlijke genoegen had hun uitvaartplechtigheid bij te mogen moeten wonen of wiens heengaan me op andere manieren bereikte. Misschien dat u het in eerste instantie onwelvoeglijk of zelfs pervers vindt, maar persoonlijk beschouw ik het eerder als een longitudinaal onderzoek naar de ondoorgrondelijke wegen van de dood. Ik weet dat u een milde vorm van ironie wel kan appreciëren, dus ik zou het ook een soort levenswerk kunnen noemen.

Het bijhouden van deze lijst confronteert me keer op keer met de vraag van 6 miljoen. Het is de vraag der vragen die al eeuwig op onze lippen bestorven ligt en waarop het antwoord ons immer onthouden wordt. Het stellen van de vraag heeft al even weinig zin als te proberen ze te beantwoorden.

We zijn er, maar dat is meteen ook het enige dat we zeker weten. Al de rest is als kijken in het koffiegruis van de eeuwigheid en geloven dat er in die gitzwarte en stinkende drab patronen te ontdekken zijn die leven en dood bepalen. De enige en confronterende waarheid is natuurlijk dat de dood zich net zoals het hele leven ervoor volstrekt willekeurig voltrekt. De Man met de Zeis kiest zijn vrijwilligers volkomen Chinees en dat, lieve vrienden, vormt voor ons mensen meteen ook de ondraaglijke (z)waarheid van ons bestaan hier op dit ondermaanse.

Mijn eerder bizarre vorm van volkstelling is jaren geleden gestart met het plotse besef dat er nog zo veel mensen waren wiens begrafenis ik zou moeten bijwonen. Dat raakte me toen met de intensiteit van een meteorietinslag. Ik werd bijna misselijk bij de gedachte en was enige tijd volledig overmand door een oneindige droefheid.

Het besef dat we eindig zijn is een diep, zwart en ongenadig gevoel waar ik regelmatig door overmand wordt. Soms lijkt het wel een dwanggedachte waarvan je niet wil dat ze in je hoofd komt, maar waar je ook na vele mentale omzwervingen steeds bij terug komt. Onwillekeurig denk ik bijvoorbeeld soms aan de toekomstige dood van mijn ouders of die van andere familieleden en geliefden. Het is een bijna onwelvoeglijke gedachte, die je snel weer weg wil stoppen onder de mat van de toegangsdeur naar je onderbewuste. Of dan word ik weer getroffen door de gedachte aan de dood van vrienden en kennissen, nu, straks of hopelijk pas binnen vele jaren.

Het besef dat het elk moment, hier en nu bijvoorbeeld, kan stoppen en dat er nog zo veel is dat je wil doen en zeggen, genereert bij wijlen een angstgevoel dat niet te bevatten is en me compleet kan verlammen. En elke keer opnieuw als ik nog maar eens in een kerk of mortuarium zit, keert die gedachte terug, steeds sterker en nadrukkelijker. Als ik dan de mensen rond mij zie zitten en denk aan hoe ook zij allen zullen sterven, een zekerheid die genadeloos democratisch is, overvalt me steeds weer die loodzware droefheid. Met een ijsblok rond mijn hart en een betonblok op mijn maag keer ik dan telkens huiswaarts. De enige manier die ik tot nog toe kan bedenken om er enigszins mee om te gaan is door die intense droefheid in een lijstje te gieten. Door een naam toe te voegen aan het grote afwezigheidsregister hoop ik verder onheil te bezweren. Een zoenoffer aan de goden in wie ik al jaren niet meer geloof.

Op dit moment is mijn lijst gelukkig nog niet zo heel lang en staan er hoofdzakelijk oudere mensen op. Familieleden meestal die door de band genomen het geluk hadden om waardig oud te worden en zo ook te sterven. Maar er zijn ook uitzonderingen. Nog steeds denk ik regelmatig aan twee jongens, die elk ongeveer mijn eigen leeftijd hadden op het moment van hun overlijden, nu reeds jaren terug. De ene stierf aan een hersenbloeding, de andere aan de voor hem ondraaglijke zwaarte van het leven.

Vooralsnog komen enkel de effectief aflijvigen op mijn lijst terecht en heb ik het nog niet aangedurfd een overzicht te maken van iedereen die nog moet komen te gaan. Het zijn er simpelweg te veel en het zou gewoon te overweldigend zijn om me daar een voorstelling van te maken. Het is een gedachte met de impact van een kernbom. Om de daarbij horende schokgolf van gevoelens te vermijden, hou ik de deur naar die gedachte stevig op slot en barricadeer ik ze met de alledaagsheid van een gelukkig leven tegen beter weten in.

Maar heel soms, in mijn donkerste uren, haal ik in mijn hoofd één voor één alle schutbalken weg en draai ik het slot krakend om. Dan zet ik de deur op een kier naar die ene vraag die ik mezelf eigenlijk niet durf te stellen. Die ene vraag die er altijd is en vanuit het donker naar me grimlacht. Die me met dode ogen maar vervaarlijk blikkerende tanden aankijkt en me zonder woorden vraagt of ik al weet welk nummer ik zal zijn op mijn eigen dodenlijst. Dan sluit ik mijn ogen en tel langzaam terug van 100 tot 1. Mijn dood ligt altijd ergens halverwege.

Mere
09.09.2014

One thought on “Dodenlijst

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s