Peter Weet het Beter

40 jaar Jeugdhuis Dido

Meer dan 40 jaar een jeugdhuis in Erpe
Tekst van Peter D’Herde, nav het 40-jarig bestaan van Jeugdhuis Dido in oktober 2008
Eerder gepubliceerd in ‘Mededelingen van de Heemkundige Kring van Erpe-Mere’, april 2010 (jaargang 50, nr2)

Inleiding
Als E.H. Ward Bosteels (†) op Driekoningenavond 1953 met een aantal plaatselijke jongeren in zaal Pax te Erpe de jeugdvereniging KSA Sint-Martinus opricht, kan ongetwijfeld niemand van de aanwezigen voorspellen dat die avond onrechtstreeks ook de start voor het latere jeugdhuis Dido wordt gegeven.

Enkele Erpse jongeren willen na enkele jaren KSA-werking immers méér. Zij gaan in 1963 op verkenning naar de Sint-Jorisclub in Aalst, één van de eerste jeugdhuiswerkingen in Vlaanderen. Daar halen ze de mosterd om ook in Erpe met een soortgelijke werking te starten. De eerste jaren onder de naam “Berg en Dal”, een naam die in 1968 gewijzigd wordt in “Dido”. Zowel de KSA als Dido beleven vette én magere jaren, maar 57 jaar na die memorabele avond in 1953 bestaan beide jeugdorganisaties nog steeds. Hoewel ze sinds enkele jaren volledig onafhankelijk van elkaar werken, leven ze nog steeds in de beste verstandhouding.

In dit artikel proberen we u iets meer te vertellen over de bewogen, maar uitermate boeiende geschiedenis van meer dan 40 jaar jeugdhuiswerking in Erpe en daarbij kunnen we in de beginjaren niet om KSA Sint-Martinus heen.

Ward Bosteels: de stichter-priester
Op 25 juli 1926 zag in Aalst een zekere Ward Bosteels het levenslicht. Op zich geen wereldnieuws, maar voor de goede afloop van deze kroniek zal de boreling van grote waarde blijken te zijn. De kleine Ward is een telg van de familie Bosteels, eigenaar van de in 1880 opgerichte “Bonneterie Bosteels – De Smeth”. Deze Aalsterse kousenfabriek zou vanaf 1953 wereldfaam verwerven onder de merknaam “du Parc” en één van de belangrijkste werkgevers uit de streek worden.

Op 19 mei 1951 wordt Ward in Gent tot priester gewijd. Enige tijd later start hij als leraar aan het Aalsterse Sint-Maarteninstituut, in de volksmond beter gekend als het Klein College. In het schooljaar ’56-’57 wordt hem door het schoolbestuur gevraagd om in Lede een secundaire school op te richten, het Sint-Maartencollege, dat later samensmolt met Stella Matutina. Hij wordt vanaf 1967 ook onderpastoor van Lede en sticht er in september 1968 het jeugdhuis Leeuwerik. Daarna wordt hij van 1976 tot 1986 pastoor van Munkzwalm, waar hij in 1977 initiatief neemt om een parochiaal centrum te bouwen. Na zijn periode in de Zwalmstreek is hij nog eens vijftien jaar pastoor in Sint-Lievens-Houtem en vanaf 1998 ook van Letterhoutem.

In 2001 gaat hij op rust, na een meer dan gevulde carrière van 50 jaar. Op 22 november 2006 overlijdt Ward Bosteels op 80-jarige leeftijd in zijn huis aan de Ommeganglaan in Lede, in de schaduw van “zijn” jeugdhuis Leeuwerik.

De jaren 1950: De KSA als voorloper van het jeugdhuis
In 1953 is E.H. Ward Bosteels dus leraar op het Klein College van Aalst. In zijn vrije tijd is E.H. Bosteels eveneens actief als gewestproost van de Katholieke Studentenactie (KSA), een katholieke studentenbond die vanaf de jaren ‘30 overal in Vlaanderen afdelingen opzet. Zo werd de Onze-Lieve-Vrouwbond in Mere reeds in 1934 opgestart.

Op datzelfde Aalsterse college studeren in 1953 ook enkele jongens uit Erpe die in hun eigen dorp een soort jeugdwerking willen opstarten. Ze benaderen E.H. Bosteels met de vraag om ook in Erpe een KSA-groep op te richten.

Dit leidt uiteindelijk tot de oprichting van KSA Sint-Martinus Erpe op Driekoningenavond 1953. In een bovenzaaltje van zaal Pax roept E.H. Bosteels een eerste vergadering samen met mensen die in aanmerking komen voor het leiderschap van de nieuwe jeugdbeweging: Paul Slagmulder, Willy Delanoie, Willy De Vlieger, Wilfried De Baere en Willy Troch. Eerst Paul Slagmulder en nadien Robert Bolangier nemen de functie van bondsleider op. Een lokaal wordt vrij snel gevonden in de Erpse kloosterschool.

“En, het moet gezegd, moeder overste (zuster Leonce zaliger) droeg zorg voor haar nieuwe logeerders. Naast de wekelijkse aktiviteiten waren de jaarlijkse ouderavond en het toneel (“Patske”) de nieuwe Erpse attrakties.” Uit: Brochure 1960-1980, 20 jaar Interkommunale Jeugdwerking vzw.

In dezelfde periode wordt E.H. Bosteels ook aangesteld tot “zondagonderpastoor” in Erpe. Hij bleef dat tot in 1967, zodat hij ook voeling had met de bevolking en de plaatselijke overheid.

Omdat de KSA-groep snel uitgroeit tot een bende met een honderdtal jongens, wordt het klaslokaal in de kloosterschool al snel te klein. Ondertussen was ook het eerste kamp een feit: een bivak te Zulzeke, deelgemeente van Kluisbergen. Na eerst nog enkele jaren een lokaaltje gebruikt te hebben in de gemeenteschool wordt er eind de jaren ‘50 uitgekeken naar een eigen lokaal op eigen grond.

De jaren 1960: De pioniersjaren voor het jeugdhuis
De feitelijke vereniging “Vrienden van de KSA” neemt onder de bezielende leiding van E.H. Ward Bosteels op 2 april 1960 het vzw-statuut aan. Het bestuur bestaat hoofdzakelijk uit vaders van de leidingstaf van de KSA. Belangrijkste wapenfeit van de nieuwe vzw in die periode is het verwerven van een stuk grond aan de Oude Heerbaan te Erpe. De grond was voordien eigendom van de Commissie voor Openbare Onderstand (COO – de voorloper van het huidige OCMW) en werd gehuurd door Lucien Lepage, vader van ex-burgemeester Etienne Lepage.

Op 2de Paasdag 1960 wordt gestart met de bouw van het nieuwe KSA-lokaal. Toenmalig burgemeester Louis De Smet geeft de eerste spadesteek. Het heem wordt op enkele maanden tijd gebouwd door een groep enthousiaste ouders, buren en sympathisanten. Reeds op 15 augustus van datzelfde jaar kan het feestelijk worden ingehuldigd. Het feest gaat door in een zelf in elkaar geknutselde tent en is de eerste editie van de later legendarische Heemfeesten.

Gedurende 12 edities zullen de grootste vedetten van dat moment op de Heemfeesten passeren. Optredens van o.a. Louis Neefs, Theo Mertens, The Strangers, Rita Deneve, … lokken jaar na jaar massa’s volk en brengen voldoende geld in het laatje om zowel de werking als de infrastructuur te financieren. Op 14, 15 en 16 augustus 1971 gaat de 12de en laatste editie van de Heemfeesten door met optredens van Jacques Raymond, Erik Marijsse en Jimmy Frey. Hoewel de jaren nadien ook andere activiteiten zullen uitgroeien tot een succes, is het vanaf dan duidelijk dat de golden sixties ook in Erpe definitief voorbij zijn.

Begin de jaren ‘60 dient het gebouw uitsluitend als lokaal voor de KSA-werking. Toch zijn er ook regelmatig ontspanningsavonden, zowel voor de leden als voor hun ouders. Voor die avonden wordt dan ook een permanente barman gezocht. In augustus 1961 wordt die gevonden in de persoon van Marcel De Landsheer. Marcel zal die taak gedurende vele jaren op zich nemen en op die manier vele honderden jongeren aan zijn toog zien passeren. In die periode wordt ook de eerste jukebox aangekocht en doet de “duivelse” rock-’n-roll ook in Erpe zijn intrede.

De eerste echte activiteiten worden vanaf 1963 opgezet onder de naam van “Volksopleiding”. Prominente sprekers, culturele avonden en kaartingen stonden op het programma van de eerste jaren. Met deze activiteiten worden zowel de volwassenen als jongeren bereikt. Eind 1963 start het bestuur van Volksopleiding met specifieke activiteiten voor een jong publiek: naast studenten zijn ook jonge arbeiders vanaf 17 jaar welkom. Deze activiteiten van Jong Volksopleiding (JVO) gaan door op zaterdagavond en zijn telkens een combinatie van vorming en ontspanning. Meestal start de avond met een kringgesprek rond een actueel jeugdthema, gemodereerd door E.H. Bosteels, August Moerenhout of kersvers seminarist Hubert Lepage. Nadien volgt dan een dans- of zangactiviteit. Het is Josée Van Droogenbroeck die aan de vaste kern van ongeveer 30 jongeren de eerste danslessen geeft.

Niet alleen op zaterdagavond, maar kort nadien ook op zondagavond, ontdekken zo ook andere jongeren het clublokaal. Op die manier ontwikkelt het lokaal aan de Oude Heerbaan zich tot een activiteitencentrum voor jong én oud. Tegelijkertijd dringt echter de nood zich op om de werking meer en beter te gaan structureren. Daarom trekken enkele Erpse jongeren op prospectie naar de Sint-Joris Klup, een jeugdhuiswerking in Aalst. Vol ideeën en goede moed keren ze terug naar Erpe en enige tijd later wordt ook in de Sint-Martinusparochie een echt jeugdhuis opgestart.

Ondanks de eerder vlakke geografische kenmerken van de omgeving, wordt er voor “Berg en Dal” als naam gekozen. Het net opgerichte jeugdhuis Berg en Dal behoort op dat moment wel bij de eerste 10 jeugdhuizen van Vlaanderen. Anno 2010 is het zelfs één van de enige werkingen uit die pionierstijd die nog altijd bestaat. Niet slecht voor een kleine plattelandsgemeente …

De leiding van de vzw “Vrienden van de KSA” wordt vanaf de start van de jeugdhuiswerking in 1963 overgenomen door de oudste stafleden van de KSA, aangevuld met E.H. Bosteels en Roger Elaut, die verantwoordelijk wordt voor de administratie en de boekhouding.Robert Bolangier wordt de eerste voorzitter van het jeugdhuis, een functie die hij zal blijven uitoefenen tot in 1975.

Vanaf 1964 worden op initiatief van E.H. Bosteels enkele weiden achter het heem gepacht om te gebruiken als sportterreinen. Als één van de enige jeugdhuizen met een eigen sportaccommodatie werd hier natuurlijk druk gebruik van gemaakt. Vanaf dan kan de Erpse jeugd over een uitgestrekt domein beschikken dat zich tussen de Oude Heerbaan en de Botermelkstraat situeert. In 1976 zal door de aanleg van de Oudenaardsesteenweg het gebouw echter fysiek gescheiden worden van de sportterreinen. Een gebeurtenis die de werking zeker niet ten goede zal komen.

Tijdens de statutaire vergadering van 14 februari 1965 wordt jeugdhuis Berg en Dal officieel een onderdeel van de werking van de vzw “Vrienden van de KSA”. In de periode ’65-’68 zou Guido Ossemerct, een Gentenaar die actief was in het Aalsterse jeugd- en welzijnswerk, op vrijwillige basis de verantwoordelijkheid over het jeugdhuis opnemen.

Vanaf 1967 starten er met de film-, schaak- en dansclub een aantal hobbyclubs. Doorheen de jaren zullen er nog verschillende van deze hobbyclubs opgericht worden, waarvan de meeste na verloop van tijd weer verdwijnen. Lederbewerking, emailleren, fotografie, zeefdrukken, … je kon het allemaal leren aan de Oude Heerbaan. Van al deze clubs was “de dansles” waarschijnlijk de meest succesvolle. Al wie het dansen leren wilde, moest gedurende talloze jaren op zaterdag- of zondagavond in de “Grote Klup” van het jeugdhuis zijn. Jeugdwerker Guido Ossemerct leerde er de jeugd van Erpe en verre omstreken ritmisch te bewegen op de tonen van een rumba, chachacha of quickstep.

Er waren doorheen de jaren ook steeds diverse sportclubs actief. Er werd basket en volleybal gespeeld en aan krachtbal gedaan. Hoewel de turnclub op het eerste gezicht de vreemde eend in de bijt was, is ze anno 2010 de enige uit het rijtje die nog altijd bestaat, zij het nu wel als zelfstandige sportvereniging.

In augustus 1967 wordt ook voetbalclub Oranja boven de spreekwoordelijke doopvont gehouden. In 1969, amper twee jaar na de oprichting, is er echter al een afscheuring in de voetbalploeg. Een deel van de groep wil in de competitie van de Belgische Voetbalbond uitkomen, de anderen willen het recreatief en vooral plezant houden. Na enig gebakkelei ontstaan er twee ploegen. FC Oranja start met competitievoetbal, zal dit vele jaren met wisselend succes blijven doen en is sinds enige jaren, na een fusie met de club uit de buurtgemeente, actief onder de naam Erperondegem. De anderen groeperen zich als Celtic Dido en blijven onder de vlag én op het voetbalterrein van het jeugdhuis spelen. Meer dan 40 jaar later is deze ploeg nog steeds actief in de jeugdhuizencompetitie, zij het nu onder de naam Dido United.

In december 1967 verschijnt er een oproep in het toen nog naamloze jeugdhuisblaadje. De toenmalige redactie was niet alleen op zoek naar een naam voor het ledenblad, maar ook naar een nieuwe naam voor het jeugdhuis. Met deze naamsverandering wou de nieuwe generatie vrijwilligers zorgen voor een breuk met het oorspronkelijke, katholieke jeugdhuis.

De leden van het jeugdhuis kiezen tijdens de Driekoningendansavond op 7 januari 1968 uit een aantal voorstellen “Dido” als nieuwe naam voor het jeugdhuis. Dat feit is meteen ook het belangrijkste argument om het jaar 1968 als “officiële” start van jeugdhuis Dido aan te nemen, ook al zouden dus net zo goed de jaren 1960, 1963 of 1965 als startdatum kunnen fungeren.

De naam zelf komt er op voorstel van jeugdhuislid Arnold Van der Fraenen en verwijst naar de legende van Dido & Aeneas. Aeneas, de Trojaanse held, strandt na vele omzwervingen op de kusten van Noord-Afrika en ontmoet er Dido, koningin van Carthago. Wanneer Aeneas haar later verlaat om in opdracht van de goden de stad Rome te stichten, blijft Dido diepbedroefd achter. Koningin Dido staat in dit verhaal dan ook symbool voor de eeuwige trouw. Als naam voor het ledenblad wordt op diezelfde avond begin 1968 gekozen voor “Stuifmeel”. De titel van deze publicatie zal doorheen de jaren nog meermaals wijzigen, achtereenvolgens in Stramien (1971), Loe, Fenix (1985) en Dido Info (1986).

Nog meer verandering: sinds 1 januari 1968 kunnen de vrijwilligers van het jeugdhuis rekenen op inhoudelijke en logistieke ondersteuning van een halftijdse betaalde beroepskracht. De eerste in een lange rij van personeelsleden wordt Marleen Van Der Stockt. In september van dat jaar wordt ze reeds opgevolgd door bezige bijen Joris Illiano en Guido Ossemerct. Pas vanaf 1 september 1973 krijgt het jeugdhuis voldoende subsidies om een voltijdse beroepskracht tewerk te stellen. Vanaf 1980 worden er via een tewerkstellingsproject ook nog een klusjesman en een poetsvrouw aangesteld. Anno 2010 is dat nog altijd de personeelsbezetting.

De woelige maand mei in het jaar 1968 staat symbool voor een aantal belangrijke maatschappelijke veranderingen die het einde van de jaren ’60 overal ter wereld sterk zullen kenmerken. Er hangt verandering in de lucht, ook in het landelijke Erpe. In de beheerraad van de vzw leeft sinds de naamsverandering naar Dido de bekommernis het jeugdhuis ook open te stellen voor andere levensovertuigingen dan de katholieke. De beheerraad wordt dan ook verruimd met ondermeer Pierre De Deyn, de toenmalige directeur van de staatsschool.

Voorzitter: Ortaire Van Drogenbroeck (1960-1962) – Robert Bolangier (1963-1975)
Beroepskracht: Marleen Van Der Stockt (1968) – Joris Illiano & Guido Ossemerct (1968-1969)

De jaren 1970: Flower Power en protest
Eind jaren ’60, begin jaren ‘70 wordt het steeds moeilijker om zowel de KSA als de jeugdhuiswerking onder hetzelfde dak te blijven organiseren. Een splitsing van de lokalen dringt zich dan ook op. Daarom ontstaat het idee voor een intergemeentelijk jeugdhuis op een nieuwe locatie. Langdurige contacten met de diverse gemeentebesturen en jeugdwerkingen in Mere, Vlekkem, Ottergem en Erondegem leiden echter uiteindelijk tot niets: er komt geen nieuw intergemeentelijk jeugdhuis.

Toch blijft de vzw Vrienden van de KSA niet bij de pakken zitten. Tijdens de statutaire vergadering van 3 maart 1970 hernoemen ze zichzelf naar vzw Interkommunale Jeugdwerking (IKJ). De vereniging blijft intergemeentelijke samenwerking nastreven en wordt ook officieel pluralistisch. In die tijd een gedurfde, maar voor de toekomst broodnodige beslissing. De visie van het huidige jeugdhuis is nog altijd gebaseerd op de toenmalige nieuwe statuten. In september 1970 werd zelfs een strooiblaadje rondgedragen om de nieuwe visie aan de Erpse bevolking kenbaar te maken. Het uiterst omzichtige taalgebruik in het uittreksel uit de tekst ervan hieronder toont aan dat het in die tijd om een zeer gevoelige kwestie ging.

“Altijd opnieuw proberen de verdraagzaamheid te beoefenen en ze trachten waar te maken is onmiskenbaar een schoonmenselijke eigenschap die niet noodzakelijk aan een bepaalde partijpolitieke, religieuze, filosofische of sociale overtuiging moet gekoppeld zijn. Verdraagzaamheid is eigen aan ieder mens die medemens is, ongeacht zijn positie in of tegenover hoger genoemde waarden. … De tijd dat velen meenden dat ze zich van anderen moesten afkeren om de kracht van de eigen overtuiging te bevestigen is voorbij. … Het interkommunaal jeugdhuis wil het ontmoetingsoord zijn voor allen …”

Na de mislukte onderhandelingen over een intergemeentelijk jeugdhuis wordt beslist om niet langer voor het jeugdhuis, maar wel voor de KSA-werking een nieuwe locatie te zoeken. De zoektocht zal, door een moeilijke verhouding met het toenmalige gemeentebestuur, uiteindelijk bijna 10 jaar duren.

Het aantal jeugdhuisleden zit in deze periode in stijgende lijn: van 149 (werkjaar ’68-’69), naar 230 (werkjaar ’69-’70) tot maar liefst 353 leden op het einde van het werkjaar ’70-’71 (waarvan 135 meisjes en 218 jongens). De huisvestingsproblemen worden er alleen maar groter op.

Begin jaren ’70 start de DJ Klub als nieuwe hobbyclub. De muziekinstallatie bestaat uit niet meer dan een bandopnemer en enkele krakkemikkige luidsprekers, maar toch is iedereen laaiend enthousiast. Enige tijd later wordt zelfs een heuse platendraaier aangeschaft en enkele Dido DJ’s gaan cursus volgen bij platenruiter en toenmalig BRT-vedette Zaki.

Slecht nieuws in 1971: voormalig beroepskracht Marleen Van Der Stockt overlijdt ten gevolge van een verkeersongeval in Frankrijk op 4 juni. Bijna exact 10 jaar later zal een nieuwe onheilstijding Dido bereiken: toenmalig voorzitter en creatieve duizendpoot André De Winter wordt tijdens de jaarlijkse voettocht naar Halle ’s nachts aangereden door een auto en overlijdt op 6 juni 1981. Het jeugdhuis blijft verbijsterd achter.

Als alternatief voor de Heemfeesten wordt op 29 en 30 april en 1 mei 1972 een antiekmarkt georganiseerd met op het programma onder andere optredens van De Kadullen en Pendulum. De opbrengst wordt in 1973 geïnvesteerd in de uitbreiding van de lokalen aan de Oude Heerbaan. Het is duidelijk dat dit slechts een tijdelijke oplossing biedt aan de lokalennood van beide organisaties. In het kader van de herlokalisatie van de KSA wordt er daarom alvast een houten chalet aangekocht. Het zal echter nog tot 31 mei 1976 duren alvorens de werken in de Botermelkstraat aangevat kunnen worden. Ouders, KSA’ers en Dido’ers steken samen de handen uit de mouwen en al enkele weken later is het nieuwe KSA-heem voorlopig afgewerkt.

De statutaire vergadering van 29 juni 1976 zorgt terug voor enkele belangrijke wijzigingen: de kleine vereniging Jeugdzorg Ottergem sluit zich aan bij vzw IKJ en Dido’s sportclubs wordt een aparte entiteit. Hierdoor zijn er binnen de koepelstructuur van de vzw voortaan 4 deelwerkingen actief: Jeugdzorg Ottergem, KSA Sint-Martinus, Jeugdhuis Dido en Dido’s Sportclubs.

De feestelijke opening van het nieuwe KSA-heem in de Botermelkstraat gaat door op 7 mei 1977. De KSA trekt daarmee definitief weg uit de Oude Heerbaan. Daardoor heeft Dido vanaf dat moment meer ruimte om de jeugdhuiswerking verder te ontwikkelen.

Maar liefst 52 Dido’ers nemen op 28 mei 1977 deel aan de jaarlijkse voettocht naar Halle. Op 31 juli 1977 geven Kaz Lux & Bien Servi een spetterend optreden. PV Willy Hostens stopt eind augustus 1977 en wordt ombudsman in het toenmalige HAK (nu JAC) te Aalst. Staf Van Medegael, afkomstig uit Gijzegem en medewerker in het plaatselijke jeugdhuis Jome, neemt vanaf 1 september 1977 het roer over.

De jaren ’70 zijn de hoogdagen van de Nederlandstalige kleinkunst. In die jaren passeerden artiesten als Urbanus, Bots, Leen Persijn, Armand … en vele anderen de revue. Op 13 mei 1979 komt Boudewijn De Groot langs voor een memorabel optreden. Dido’s Daverende Dagen brengen in datzelfde jaar ook nog Zjef Van Uytzel naar de Oude Heerbaan.

Voorzitter: Robert Bolangier (1963-1975) – André De Winter (1976-1981)
Beroepskracht: Leen Adams (1970-1971) – Theo & Francine – Piet Ools – Willy Hostens (1975-1977) – Staf Van Medegael (1977-1979) – Hendrik Muylaert (1979)

De jaren 1980: De magere jaren, met een moeizame heropbouw
In september 1980 wordt het 20-jarig bestaan van de vzw IKJ gevierd. In de brochure die naar aanleiding van het feestprogramma verschijnt, wordt nog vol goede moed vooruitgeblikt op de toekomst van de verschillende deelwerkingen. Dido trekt op dat moment immers jongeren aan uit de hele regio en telt meer dan 400 leden.

Toch zou in de jaren die kwamen ook Dido niet gespaard blijven van de economische en maatschappelijke crisis van die tijd. Tot eind jaren ’70 leek het wel of er geen grenzen waren aan de groei. Elk jaar opnieuw vonden meer jongeren de weg naar het jeugdhuis in Erpe, werden er nieuwe hobby- en sportclubs opgericht, werden er meer activiteiten georganiseerd … Begin jaren ’80 komt daar langzaam maar zeker een einde aan. Er was iets veranderd in de tijdsgeest. Het jeugdhuis was voor vele jongeren niet langer de enige plek waar ze hun vrije tijd konden beleven. Plots waren er andere, vaak ook commerciële, alternatieven.

Toch doet Dido dapper verder. In 1982 wordt er veel op poten gezet: verschillende Rock & New Wave TD’s, een Tiroleravond, een optreden van The Employees alsook de eerste editie van Dido’s recordboek, samen met de Dido Jogging op zondag 31 oktober. In die jaren probeerde Dido ook altijd mee te zijn met de hippe trends: zo wordt er in 1984 al een infoavond georganiseerd over Hip-Hop, de nieuwste uit Amerika overgewaaide muziekstijl. Toch blijven de opkomst en dus ook de inkomsten vaak onder de verwachtingen.

Niet alleen door het flauwe publieksbereik, maar ook door een slecht financieel beheer, staat de vzw IKJ in de loop van 1984 dan ook op de rand van het faillissement. De organisatie van een Dido-restaurant in juni 1984 is een ultiem reddingsmiddel om nieuw geld in te zamelen. En het lukt, de financiële zorgen zijn voor even van de baan. Toch groeit in Dido stilaan de roep naar meer inhoudelijke én financiële autonomie ten aanzien van de vzw IKJ. In 1985 ziet daarom de eerste officiële Dido-BBQ het licht, anno 2010 nog altijd een succesvolle activiteit.

Het ledenblad “Loe” verandert in de loop van 1985 van naam en verschijnt plots onder de titel “Fenix”. Of het kleinere formaat ervan te maken had met de financiële perikelen van die tijd is niet geweten.

Op 3 december 1985 volgt dan uiteindelijk de logische stap in de verdere ontwikkeling van het jeugdhuis: Dido wordt een autonome vzw. De nieuwe naam van het ledenblad indachtig probeert het jeugdhuis, met Joris Iliano als voorzitter en Steven Vromman als beroepskracht, zonder centen, maar met veel creativiteit uit de as van het verleden te herrijzen. Toch blijven er structurele banden met de vzw IKJ, die eigenaar van de gebouwen en werkgever van een deel van het personeel blijft.

Met een jongerenbeurs in augustus 1986 probeert het jeugdhuis nieuwe, jonge mensen aan te trekken. In die periode wordt ook met een toneelgroep gestart. Vanaf dan zal die groep, later Bandido gedoopt, tot halfweg de jaren ’90 jaarlijks met veel succes een theaterproductie brengen.

Nieuwe jongeren worden echter niet massaal gevonden. Het jeugdhuisvuur wordt in de laatste jaren van dit decennium dan ook brandende gehouden door een kleine, maar gemotiveerde groep van vrijwilligers en bezoekers. Hun enthousiasme en creativiteit leggen wel de kiemen voor de verdere toekomst van het jeugdhuis.

Voorzitter: André De Winter (1976-1981) – Guido Ossemerct (1982-1984) – Joris Illiano (1985-1989)
Beroepskracht: Johan Galle (1980-1982) – Johan Dumortier (1983) – Kristof Steenhaut (1984) – Erik Bracke (1984-1985) – Steven Vromman (1985-1988) – Jos Van Herreweghe & An Dauwe (1988-1990)

De jaren 1990: De StuBru jaren
Na de donkere jaren ’80 komt er in de vroege jaren ’90 stilaan een kentering in het jeugdhuislandschap. Her en der in Vlaanderen ontstaan zelfs nieuwe initiatieven en het jeugdhuis wordt voor vele Vlaamse jongeren weer een hippe plek. Deze evolutie loopt maatschappelijk gezien grotendeels samen met de ontwikkeling van radiozender Studio Brussel. Hoewel reeds gestart in 1983, zal het nog tot 1988 duren eer Studio Brussel met zijn eigenzinnige programmering een eigen, alternatief en jong luisterpubliek aan zich weet te binden. Dezelfde jongeren die zich vaak ook in de jeugdhuizen blijken te bevinden … Een succesvolle combinatie lijkt geboren. Ook Dido surft schoorvoetend mee op het succes van de jonge radiozender.

In december 1990 wordt het 5-jarig bestaan van de vzw jeugdhuis Dido gevierd met een aperitiefconcert en een fuif. Veelvuldige personeelswissels maken het in de eerste jaren van dit nieuwe decennium echter moeilijk om een stabiele en kwaliteitsvolle werking uit te bouwen. Vanaf 1992 timmert een reeks van sterke beroepskrachten langzaam maar zeker verder aan de lange weg naar nieuw succes. In oktober 1992 worden de eerste “48 uren van Dido” georganiseerd, gedurende vele jaren één van de toppers van het werkjaar. Vast onderdeel van het feestweekend is telkens de activiteit “Fietsen op Rollen”. Op 6 uur tijd proberen de verschillende deelnemende ploegen in een ludieke wedstrijd het meeste aantal kilometers af te malen op een fiets op rollen.

In 1993 dreigt de decentralisatie van het lokale jeugdbeleid van het Vlaamse naar het gemeentelijke niveau even het nieuwe elan van Dido in de kiem te smoren. Het jeugdhuis vreest door de veranderingen een deel van zijn financiële middelen te verliezen. Dido werkt van bij de start volop mee in de gemeentelijke Jeugdraad aan het nieuw op te maken Jeugdbeleidsplan. De vrees voor bezuinigingen blijkt uiteindelijk ongegrond: alle jeugdverenigingen in Erpe-Mere ontvangen sinds 1993 meer centen dan voorheen en de decentralisatie van het lokale jeugdbeleid blijkt zowel op financieel als op inhoudelijk vlak een hele verbetering.

In de beginjaren van de jeugdhuiswerking werden alle teksten op een mechanische typemachine gemaakt en daarna vermenigvuldigd op een stencilmachine. Affiches werden eerst manueel ontworpen en dan één per één gezeefdrukt. Vanaf 1993 doet echter de computer stilaan zijn intrede in Dido. Anno 2010 mailen, surfen, sms’en en twitteren we er op los, maar twintig jaar eerder kon er niemand de impact van de computertechnologie op het latere communicatiebeleid en de administratieve werking van het jeugdhuis ten volle inschatten.

Op fuiven in die periode geniet de alternatieve rock zoals die massaal op Studio Brussel werd gedraaid, de voorkeur van de meeste jeugdhuisbezoekers. Sinds het begin van de jaren ’90 kenden de zogenaamde Afrekeningfuiven, gebaseerd op het populaire StuBru-programma, veel succes. Dido organiseert er vanaf halfweg de jaren ’90 verschillende edities van, telkens met een massale publieksopkomst. Toch slaagt het jeugdhuis er niet in deze vele, nieuwe jongeren ook structureel aan zich te binden.

Als in 1995 technomuziek stilaan de wereld verovert, is het alsof in Dido de geschiedenis zich herhaalt. In de jaren ‘70 werd het jeugdhuis immers regelmatig verdeeld in twee kampen. Je was ofwel voor disco ofwel voor rock, met hoogoplopende discussies tussen de aanhangers van beide stijlen als gevolg. Meer dan twintig jaar later is techno voor het merendeel van de toenmalige jeugdhuisbezoekers niet minder dan heiligschennis in de kerk van de alternatieve rock. Andermaal bleek echter later dat de adepten van de leidende muziekcultuur een historische vergissing maakten: het gemarginaliseerde techno-genre ontpopt zich doorheen de jaren immers tot één van de meest populaire muziekgenres en krijgt korte tijd later zelfs een vaste plek op de affiche van Rock Werchter, in die jaren het exclusieve speelterrein van de rockcultuur.

Als in het voorjaar van 1996 de discobarwerkgroep bij de Raad van Bestuur gaat aankloppen en geld vraagt voor een nieuwe muziekinstallatie, komen ze van een kale reis terug: er is niet voldoende geld in de kas voor nieuw materieel. De dj’s blijven echter niet bij de pakken zitten en gaan op zoek naar een manier om zelf geld in het laatje te brengen. Na een medewerkersweekend in Waasmunster ontstaat op café het idee om in één weekend en non-stop een hitlijst van de 1000 beste nummers te draaien. Dido’s Top 1000 is geboren. De eerste editie gaat door in mei 1996 en brengt met 435 betalende bezoekers voldoende centen op om effectief de aankoop van een nieuwe muziekinstallatie te financieren. Tijdens het paasweekend van 2010 zal de 15de editie van deze activiteit doorgaan en worden op drie dagen ongeveer 4000 muziekliefhebbers verwacht. Het maakt van Top 1000 de langstlopende én meest succesvolle eigen activiteit in de geschiedenis van het jeugdhuis.

Het succes van Top 1000 inspireert in 1996 ook andere medewerkers om met eigen, creatieve ideeën op de proppen te komen. In november van dat jaar organiseert Dido zo een heuse poëziewedstrijd en -voorstelling met de ronkende titel “Vroegerhaters, Kloofdichters en Kloefkappers”. In april 1997 wordt met de theaterproductie “Tramlijn 4” dan weer de draad van Bandido opgepikt. Twee avonden geven jonge, onervaren acteurs het beste van zichzelf voor een bomvolle zaal. Gedurende de daaropvolgende jaren volgen nog enkele andere toneelproducties, niet langer met een vaste werkgroep, maar telkens met nieuwe jonge mensen.

In dezelfde periode ontstaat ook het bloeiende circuit van stand-up comedy in Vlaanderen. Ondermeer Fritz Van Den Heuvel, Walter Baele, Vrolijk België, Kamagurka, … passeren vanaf 1995 op het podium van Dido. Door al deze activiteiten ontpopt het jeugdhuis zich stilaan tot een soort jeugdcultuurcentrum voor de hele regio en biedt het kansen aan jong talent om eigen creaties te maken én te tonen.

Eind jaren ’90 wordt duidelijk dat de infrastructuur van Dido stilaan uitgeleefd is. De vele activiteiten hebben duidelijk hun tol geëist. De sanitaire voorzieningen beantwoorden niet meer aan de verwachtingen en door de strengere wetgeving voldoet het gebouw niet meer aan de geldende veiligheidsnormen. Grote werken dringen zich dan ook op. Dankzij het succes van Top 1000 heeft de vzw jeugdhuis Dido voor het eerst sinds zijn ontstaan in 1985 de financiële mogelijkheid om zelf te investeren in de vernieuwing van het gebouw. Stap voor stap zal dat in de jaren die volgen dan ook gebeuren.

Eind oktober 1999 speelt Jan De Wilde de pannen van het dak in een uitverkochte zaal Pax. De verf op het vernieuwde plafond in de “Grote Klup” van Dido is een dag later maar net op tijd droog voor de feestelijke receptie met aansluitende retro-fuif. Ook stichter E.H. Bosteels is die avond aanwezig en ziet dat het, zo veel jaren later, nog steeds goed gaat met “zijn” jeugdhuis. Reden van de festiviteiten is de viering van 30 jaar Dido. Later zal blijken dat de viering van het 30-jarig bestaan een jaartje te laat komt …

Voorzitter: Francis Van Herreweghe (1990-1992) – Wim Vereecken (1993-1994) – Albrecht Torrekens (1995-1997) – Tom Van Impe (1998-2001)
Beroepskracht: Jos Van Herreweghe & An Dauwe (1988-1990) – Mariska Clerebaut (1990) – Nick Reniers (1990-1991) – Ludo Nelissen (1991-1993) – Kristel Eggers (1993-1995) – Jeroen Vereecke (1995-1998) – Pieter Quaghebeur (1998-2000)

De jaren 2000: Jeugdhuizen in een nieuw millennium
De positieve trend van de voorgaande jaren zet zich in 2000 verder. In september van dat jaar wordt met een nieuw logo en een heuse baseline ook echt de stap naar het nieuwe millennium gezet. “Jeugdhuis Dido mikt op jou” wordt de nieuwe slagzin waarmee het jeugdhuis nieuwe jongeren probeert te bereiken.

Door het succes van de Top 1000-activiteit moet er vanaf de editie in 2001 omwille van de veiligheid gedeeltelijk uitgeweken worden naar een andere locatie. De eerste jaren is dat sporthal Sint-Bavo in Mere, een aantal jaren later zelfs de veel grotere sporthal Steenberg.

De link met jongerenzender Studio Brussel blijft ook in het nieuwe millennium bestaan. In 2001 organiseert Dido samen met Terlinden, een collega-jeugdhuis uit Aalst, een “Was het nu ’70, ’80 of ’90”-fuif. Het wordt een fenomenaal succes. Maar liefst 4000 feestvierders zakken af naar de toenmalige Keizershallen in Aalst. Een jaar later wint Dido zelfs een wedstrijd van StuBru. Het immens populaire radioprogramma “De Afvaardiging” wordt op zondag 29 december 2002 live uitgezonden vanuit Dido, dat voor de gelegenheid omgetoverd wordt in een Tirools dorp, inclusief kerstbomen, sneeuwkanon en live Tirolerorkest. Een televisiereportage is enkele dagen later ook te zien op muziekzender TMF.

2002 is trouwens een heel druk jaar. In de schoolvakanties worden voor de eerste keer, in samenwerking met de gemeentelijke Jeugddienst, activiteiten voor jongeren vanaf 15 jaar opgezet. Diezelfde jongeren worden vanaf mei 2002 ook betrokken in een nieuwe werkgroep: Dido’s Animatie Team. De bedoeling is om de moeilijk bereikte doelgroep van jongeren tussen 15 en 18 jaar aan te trekken en een eigen plek in de jeugdhuiswerking te geven. Tijdens de zomer wordt er een uitwisselingsprogramma op poten gezet met een groep jongeren uit het Spaanse Sevilla. Gedurende twee keer 10 dagen leren de 35 deelnemers elkaars cultuur beter kennen, met blijvende vriendschappen tot gevolg. Op het podium passeren dat jaar ondermeer Sioen, Kamagurka en Les Truttes.

Een nieuwe samenwerking met Terlinden uit Aalst voor de organisatie van een tweede “Was het nu ’70, ’80 of ’90”-fuif in 2004 springt op het laatste moment af. Dido beslist alleen verder te gaan en in november zakken toch een duizendtal feestvierders af naar sporthal Sint-Bavo te Mere.

Op 3 maart 2005 volgt een nieuwe mijlpaal in de geschiedenis van Dido. Die dag schenkt de vzw IKJ de gebouwen aan de Oude Heerbaan aan de vzw jeugdhuis Dido. Door die schenking wordt Dido na jaren eindelijk eigenaar van zijn eigen gebouw. In de praktijk gebeurden alle investeringen in het gebouw al ettelijke jaren door Dido zelf, maar bleef het gebouw eigendom van de andere vzw. Zo werden in de zomer van 2003 het dak en het buitenuitzicht van het jeugdhuis zo goed als volledig vernieuwd en in 2001 had ook het sanitair al een metamorfose ondergaan.

Door de schenking in 2005 vervalt ook de laatste en belangrijkste link tussen beide organisaties. Twee jaar eerder was Dido immers ook al officieel werkgever geworden van alle personeel. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er in 2005 luidop nagedacht wordt over de ontbinding van de vzw IKJ. In 2006 echter wordt een oplossing gevonden waarmee alle partijen kunnen leven: jeugdhuis Dido en Jeugdzorg Ottergem stappen in onderlinge overeenkomst uit de vzw IKJ, die blijft bestaan als rechtspersoon voor de werking van KSA Sint-Martinus. Zo is 46 jaar na de oprichting van de vzw “Vrienden van de KSA” de cirkel rond.

Na aanhoudende klachten van een aantal buren over geluidsoverlast en omdat Dido, als het nog langer fuiven wil organiseren, een milieuvergunning nodig heeft, worden er eind 2004, begin 2005 enigszins noodgedwongen plannen gemaakt om de grote zaal van Dido volledig te vernieuwen. Door deze ingrijpende werken kunnen er enkele maanden geen activiteiten worden georganiseerd in de zaal. Omdat bijna alle werken met eigen middelen en mankracht worden uitgevoerd, slepen deze aan tot de zomer van 2006. Al die tijd draait de werking van het jeugdhuis op een laag pitje. Na afloop is Dido wel een prachtige, vernieuwde zaal rijker, maar jammer genoeg ook veel leden en bezoekers armer. Daardoor en ook ten gevolge van een aantal kort op elkaar volgende personeelswissels heeft het jeugdhuis de voeling met alweer een nieuwe generatie jongeren verloren.

De geschiedenis van het jeugdhuis kan als een golfbeweging met pieken en dalen bekeken worden en in 2006 lijkt een nieuw dieptepunt bereikt. De werking opnieuw opbouwen gaat in de jaren daarop eerder moeizaam. Ondanks deze moeilijke periode, mag Dido in november 2008 onder grote belangstelling toch zijn 40-jarig bestaan vieren. De vele oud-leden en medewerkers van het eerste uur kunnen tevreden vaststellen dat Dido, met een piekfijn uitgerust gebouw en een gezonde financiële basis, klaar is om alweer een nieuw decennium toe te voegen aan het rijk gevulde palmares van zijn geschiedenis. In 2010 staat alvast een nieuwe ploeg van jonge bestuurders klaar om het werk van velen verder te zetten en op die manier van deze kroniek een “never ending story” te maken.

Voorzitter: Tom Van Impe (1998-2001) – Steven Schellaert (2002-2005) – Els De Winter (2006-2009) – Katrien Touriany (2009-…)
Beroepskracht: Pieter Quaghebeur (1998-2000) – Peter D’Herde (2000-2005) – Dirk Coenen (2005-2006) – Wouter Detienne (2006-2007) – Annelies Muysewinckel (2007) – Mieke Michiels (2008-2010)

Auteur: Peter D’Herde © 2008-2010

Met dank aan: Heemkundige Kring Erpe-Mere, Jeugdhuis Dido vzw, Robert Bolangier, Luc De Vriendt
Geraadpleegde bronnen:
* Archief van de Heemkundige Kring Erpe-Mere (foto’s, krantenartikels, ledenbladen)
* Archief van Jeugdhuis Dido vzw (foto’s, krantenartikels, ledenbladen)
* L. BAVAY, KSA – O.L.-Vrouwbond in Mere, in: “Mededelingen van de Heemkundige Kring van Erpe-Mere”, april 2002, jaargang 42, nr. 2
* 1960-1980 – 20 jaar Interkommunale Jeugdwerking vzw, brochure, 1980
* Interview met Robert Bolangier, 1 juli 2008

3 thoughts on “40 jaar Jeugdhuis Dido

  1. Blij dit alsnog te kunnen lezen.
    Zelf in de beheerraad gezeten onder Robert Bolangier, samen met Guido Ossemerct, André De Winter en Marijke Van Moorter.
    Één foutje ontdekt: Guido was Gentenaar en er fier op! Tijdens zijn beginperiode in DIDO woonde hij trouwens nog in Gent.
    Heerlijke tijd gehad in DIDO

    Like

Laat een reactie achter op Marc De Rijcke Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s